Pelgrimstocht op Witte Donderdag,1 april 2021

Goedemorgen allemaal,

Het Paastriduüm begint met de viering van Witte Donderdag. Liturgisch betekent het eigenlijk dat de vieringen van deze dagen aaneengesloten zijn. Het begint met het kruisteken op Witte Donderdag tot en met de plechtige Zegen aan het einde van de Paaswake. Voor de Pelgrimstocht hebben we dan ook geen andere lezingen dan die in deze vieringen worden voorgedragen. Vandaag deel ik vanuit de liturgie graag de tweede lezing van de brief van Paulus en het Evangelie van Johannes. Maar ook het Evangelie van Marcus wat aan het einde van de Witte Donderdagviering wordt gelezen. Verschillende lezingen met diverse thema’s. Nou ja, ook deze teksten mogen ons inspireren op onze Pelgrimstocht. Ik nodig u uit om het Pelgrimskaarsje aan te steken.

In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

We lezen uit:
de Eerste brief van de heilige apostel Paulus
aan de christenen van Korinte 11,23-26.

Broeders en zusters,
zelf heb ik van de Heer de overlevering ontvangen
die ik u op mijn beurt heb doorgegeven:
dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd,
brood nam,
en na gedankt te hebben, het brak en zei:
‘Dit is mijn lichaam voor u.
Doet dit tot mijn gedachtenis.’
Zo ook nam Hij na de maaltijd de beker met de woorden:
‘Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed.
Doet dit elke keer dat gij hem drinkt tot mijn gedachtenis.’
Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt,
verkon¬digt gij de dood des Heren, totdat Hij wederkomt.

Bidden we uit:
Psalm 116(115),12-13.15-16bc.17-18.

Hoe kan ik mijn dank betuigen
voor al wat de Heer mij gaf
Ik hef de offerbeker,
de Naam van de Heer roep ik aan.

Want kostbaar is in de ogen des Heren
het leven van wie Hem vereert.
O Heer, ik ben uw dienaar
Gij hebt mijn boeien geslaakt.

Met offers zal ik U loven
de Naam van de Heer roep ik aan.
Ik zal mijn geloften volbrengen
waar heel zijn volk het ziet

En lezen we uit:
het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 13,1-15.

Het paasfeest was op handen. Jezus, die wist dat zijn uur gekomen was om uit deze wereld over te gaan naar de Vader en die de zijnen in de wereld bemind had, gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe.
Het avondmaal was begonnen. De duivel had reeds aan Judas Iskariot, de zoon van Simon, het plan ingegeven om Hem over te leveren.
In het bewustzijn dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God was uitgegaan en naar God terugkeerde, stond hij van tafel op, legde zijn bovenkleren af, nam een linnen doek en omgordde zich daarmee.
Daarop goot Hij water in het wasbekken en begon de voeten van de leerlingen te wassen en ze met de doek waarmee Hij omgord was af te drogen.
Zo kwam Hij bij Simon Petrus, die echter tot Hem zei: ‘Heer wilt Gij mij de voeten wassen?’
Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Wat Ik doe begrijpt ge nu nog niet, maar later zult gij het inzien.’
Toen zei Petrus tot Hem: ‘Nooit in der eeuwigheid zult Gij mij de voeten wassen!’ Jezus antwoordde hem: ‘Als gij u niet door Mij laat wassen, kunt gij mijn deelgenoot niet zijn.’
Daarop zei Simon Petrus tot Hem: ‘Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en hoofd.’
Maar Jezus antwoordde: ‘Wie een bad heeft genomen, behoeft zich niet meer te wassen (tenzij de voeten), hij is immers helemaal rein. Ook gij zijt rein, ofschoon niet allen.’
Hij wist immers wie Hem zou overleve¬ren. Daarom zei Hij: ‘Niet allen zijt gij rein.’
Toen Hij dan hun voeten had gewassen, zijn bovenkleren had aangetrokken en weer aan tafel was gegaan, sprak Hij tot hen: ‘Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb?
Gij spreekt Mij aan als Leraar en Heer, en dat doet gij terecht, want dat ben Ik.
Maar als Ik, de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen, dan behoort ook gij elkaar de voeten te wassen.
Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb.

En lezen we uit:
het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 14, 26.32-42

Nadat zij de lofzang gezongen hadden, gingen zij naar de Olijfberg.
Zij kwamen nu aan een landgoed dat Getsémane heette. Daar zeide Hij tot zijn leerlingen: “Blijft hier zitten, terwijl Ik bid.”
Jezus nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en begon zich ontsteld en beangst te gevoelen.
Hij sprak tot hen: “Ik ben bedroefd tot stervens toe. Blijft hier en waakt.”
Nadat Hij een weinig verder was gegaan, wierp Hij zich ter aarde en bad dat dit uur, als het mogelijk was, aan Hem mocht voorbijgaan.
“Abba, Vader,” zo bad Hij, “voor U is alles mogelijk; laat deze beker Mij voorbijgaan. Maar toch: niet wat Ik maar wat Gij wilt.”
Toen ging Hij terug en vond hen in slaap; en Hij sprak tot Petrus: “Simon, slaapt ge? Ging het dan uw krachten te boven een uur te waken?
Waakt en bidt, dat gij niet op de bekoring ingaat. De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.”
Opnieuw verwijderde Hij zich en bad met dezelfde woorden.
En teruggekomen vond Hij hen weer in slaap, want hun oogleden waren zwaar; ze wisten niet, wat ze hem moesten antwoorden.
Toen Hij voor de derde maal terugkwam, sprak Hij tot hen: “Slaapt dan maar door en rust uit. Het is zover, het uur is gekomen; zie de Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen van de zondaars.
Staat op, laten we gaan; mijn verrader is nabij.”

Ter overweging

Zoals in de inleiding aangegeven, de Bijbelverhalen geven ons vele thema’s. maar ook is er een duidelijke rode draad te ontdekken. De brief van Paulus vertelt over de uitspraak van Jezus aan het Laatste Avondmaal. Een tekst die ons zeker herkenbaar voorkomt omdat we steeds in het Tafelgebed deze woorden horen bidden bij de consecratie. Letterlijk zijn het heilige woorden geworden die tot op de dag van vandaag hun impact geven. Opmerkelijk mag het misschien wel zijn dat juist in het Evangelie van Johannes we die woorden van het Laatste Avondmaal niet terug horen. Daar wordt juist verhaalt over de voetwassing. Een diaconale handeling die de dienstbaarheid van Jezus zo nadrukkelijk onderstreept.
Het Evangelie van Marcus dat aan het einde van de Witte Donderdagviering wordt gelezen is misschien wel het meest opmerkelijk en aansprekelijk. Deze lezing wordt gelezen nadat de ciborie met de heilige communies naar het rustaltaar is gebracht, nadat het altaar helemaal is ontbloot en het priesterkoor er kaal uit ziet. Juist op dat moment luisteren naar dat Evangelie van Marcus mag emotioneel ons allemaal raken. We weten dat we soms wakker moeten blijven. Ouders met uitgaande kinderen blijven tot diep in de nacht op tot hun kroost veilig thuis is. Kinderen die aan het sterfbed zitten van hun zieke vader of moeder, blijven bij hen om te waken. Zozeer zijn we verbonden met degenen van wie we houden. Zojuist hebben we gelezen hoe Jezus zijn leerlingen vraagt: “Blijf hier, en blijf wakker met Mij.” Hij is op een cruciaal punt in zijn leven aangekomen. Nu het moment van lijden en sterven nadert, heeft Hij zijn hemelse Vader, zijn familie en vrienden nodig. Ook ons heeft Hij nodig. In deze dagen blijven we dicht bij Hem die zijn leven breekt en deelt voor ons en met ons…

Onze wandelschoenen aantrekkend kunnen we zingen:

Vastenlied Pax Christi parochie
(Lied: Pelgrimstocht der mensen)

Pelgrimstocht der mensen, wat een goed idee.
Pastor Huub vraagt allen: “Gaat u met mij mee?”
En zo lopen wij samen door het Groene Hart.
Met parochie Pax Christi niemand staat apart.
Met parochie Pax Christi op het goede pad.

Pelgrimstocht al jaren gaan wij hiermee voort.
Koude, storm en regen geen die zich eraan stoort.
Genietend lopen wij samen door des Herenland.
Luist’rend naar de Ander, leidt Hij met zijn Hand.
Dienstbaar naar elkander, vormt een goede band.

Zo mogen we aan elkaar “In dienstbaarheid verbonden” zijn, we blazen het Pelgrimskaarsje uit
en klinkt als elke morgen:
Gaat u met mij mee…?

Weer teruggekomen van onze Pelgrimstocht steken we het Pelgrimskaarsje voor een kort moment nog even aan en overweeg de onderstaande tekst:

Ik bied U dit brood

Ik bied U dit brood
’t Is als gave niet groot
Neem mijzelf, mijn hart, mijn verstand
want in wijn en in brood
kom ik los van de dood
reikt de hemel de aarde de hand

Refrein: Heer, Heer neem het aan
Neem mijzelf, mijn hart, mijn verstand
want in Wijn en in Brood
kom ik los van de dood
reikt de hemel de aarde de hand.

Ik bied U de wijn
die een teken moet zijn
van het Nieuw en het Eeuwig Verbond
Waarin Gij hebt hersteld
wat door zonde, geweld
ook door mij, die soms kwaad had gedaan.

Refrein: Heer, Heer neem het aan…

Bidden we tot besluit een Onze Vader en een Weesgegroet.

En overwegen we in ons gebed:

  • Voor mensen die alleen staan in al hun zorgen en verdriet,
    voor wie zo graag hun leven met iemand zouden willen delen;
    dat er iemand mag zijn die met liefde bij hen blijft…
  • Voor alle verbanden waarin mensen samen leven en werken,
    voor gezinnen, families, collega’s, scholen, en al zo meer;
    dat allen zich verantwoordelijk voelen voor elkaar…
  • Voor alle christenen die op deze dag samenkomen,
    voor iedere gelovige die in gedachten bij uw Zoon is;
    dat zij Jezus navolgen en doen wat Hij heeft voorgedaan…
  • Voor allen die zich, in het voetspoor van jezus, dienstbaar opstellen,
    die klaarstaan voor anderen, ook al kost hun dat moeite en zorg;
    dat zij zich gesteund weten door de kracht van uw heilige Geest,
    dat zij ook anderen mogen stimuleren tot werken van barmhartigheid…
  • Eeuwige God, uw Zoon Jezus geeft zichzelf aan ons en Hij
    verlangt niet meer dan dat wij bij Hem blijven. Verhoor onze
    gebeden en wil ons helpen om samen te zijn in zijn Naam
    vandaag en alle dagen van ons leven. Amen.

Zoals in de inleiding aangegeven wordt vandaag in de viering geen zegen gegeven, in navolging is er aan het einde van deze bezinning geen zegen…maar wel wens ik u een bijzondere en inspirerende Pelgrimstocht…

v.g.
shaloom en mazzeltov,
pastor huub.