Vijfde zondag in de Veertigdagentijd

Goedemorgen allemaal,

Vandaag de vijfde zondag van de Veertigdagentijd zien we uit naar het Feest van Pasen. De nieuwe dag brengt een nieuw Licht dat een nieuw begin aankondigt en een nieuwe toekomst laat groeien. Het is niet alleen maar de tijd van het jaar met de lente die net is begonnen, het is niet alleen maar het licht aan het einde van de donkere tunnel van de coronatijd. Nee veeleer mogen wij ons echt overgeven aan en in ons geloof van de Verrijzenis. Dat is veel meer dan alleen maar licht of zomaar een nieuwe dag, dat is niet alleen maar een nieuw begin of een andere toekomst. Maar dat is leven in het vaste vertrouwen dat God ons geloof, hoop en Liefde schenkt. Dat de Liefde het grootste is. Dat betekent dat hoe diep de diepste ellende ook is, God met ons is afgedaald en Hij ons een weg wijst naar omhoog. Dat is vertrouwen en geloven dat de Nieuwe Toekomst al onder ons is begonnen. Dat ieder van ons daarin mag delen…vandaag én morgen, een toekomst lang…

Als u meedoet met de Pelgrimstocht nodig ik u uit om het Pelgrimskaarsje aan te steken, anders kunt u misschien een ander kaarsje aansteken.

Vrede en alle goeds aan u allemaal
in dienstbaarheid mogen we verbonden zijn met God en elkaar
in Zijn Naam Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.

Laten wij roepen tot God onze Heer,
dat hij van kracht is en ons doet zingen.
Hij is de God die ons zal redden:
Heer ontferm U over ons.

Laten wij roepen in Zijn poorten
dat Hij zijn huis van genade opent.
Hij doet gebroken mensen weer opstaan:
Heer ontferm U over ons.

Laten wij roepen voor Zijn aanschijn,
dat over ons Zijn heil mag komen.
Op deze dag die Hij heeft gemaakt:
Heer ontferm U over ons.

Laat ons bidden:
Barmhartige God,
U kent ons, meer dan wij onszelf kennen,
en weet hoezeer het leven ons lief is.
Wij bidden U: leer ons door uw Woord
voorbij te zien aan eigenbelang
en bevrijd ons van onze drang
om dit leven veilig te stellen.
Dat vragen wij U omwille van Jezus,
uw veelgeliefde Zoon en onze Heer,
die met U en de heilige Geest
leeft en regeert in eeuwigheid. Amen.

Lezing uit de Profeet Jeremia 31,31-34
Er komt een tijd – godsspraak van de Heer –
dat Ik met Israël een nieuw verbond sluit.
Geen verbond zoals Ik met hun voorvaderen gesloten heb,
toen Ik hen bij de hand heb genomen om hen uit Egypte te leiden.
Want dat verbond hebben zij verbroken,
ofschoon Ik hun meester was – godsspraak van de Heer –.
Dit is het nieuwe verbond dat Ik in de toekomst met Israël sluit:
Ik leg mijn wet in hun binnenste, Ik grif ze in hun hart.
Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.
Dan hoeft niemand een ander nog voor te houden:
Leer de Heer kennen. Want iedereen,
groot en klein kent Mij dan – godsspraak van de Heer.
Dan vergeef Ik hun misstappen, Ik denk niet meer aan hun zonden.

Psalm 51(50),3-4.12-13.14-15.
God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid,
delg mijn zondigheid in uw erbarmen.
Was mijn schuld volkomen van mij af,
reinig mij van al mijn zonden.

Schep in mij een zuiver hart, mijn God,
geef mij weer een vastberaden geest.
Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn,
neem uw heilige Geest niet van mij weg.

Geef mij weer de weelde van uw zegen,
maak mij sterk in edelmoedigheid.
Dan zal ik de dwalenden uw wegen leren kennen,
alle schuldigen terugvoeren tot U.

Het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 12,20-33
Onder degenen die bij gelegenheid van het feest optrokken ter aanbidding
waren ook enige Grieken. Dezen nu klampten Filippus van Betsaïda in Galilea aan en vroegen hem: “Heer, wij zouden Jezus graag spreken.”
Filippus ging het aan Andreas vertellen en tenslotte brachten Andreas en Filippus de boodschap aan Jezus over. Jezus echter antwoordde hun: “Het uur is gekomen, dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de graankorrel niet in de aarde valt blijft hij alleen; maar als hij sterft brengt hij veel vrucht voort. Wie zijn leven bemint verliest het; maar wie zijn leven in deze wereld haat zal het ten eeuwigen leven bewaren. Wil iemand Mij dienen dan moet hij Mij volgen; waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Als iemand Mij dient zal de Vader hem eren. Nu is mijn ziel ontroerd. Wat moet Ik zeggen? Vader, red Mij uit dit uur? Maar daarom juist ben Ik tot dit uur gekomen. Vader, verheerlijk uw Naam.” Toen kwam er een stem vanuit de hemel: “Ik heb Hem verheerlijkt en zal Hem wederom verheerlijken.” Het volk dat er bij stond te luisteren zei dat het gedonderd had. Anderen zeiden: “Een engel heeft tot Hem gesproken.”
Maar Jezus sprak: “Niet om Mij was die stem, maar om u. Nu heeft er een oordeel over de wereld plaats, nu zal de vorst dezer wereld worden buitengeworpen; en wanneer Ik van de aarde zal zijn omhooggeheven zal Ik allen tot Mij trekken.” Hiermee duidde Hij aan welke dood Hij zou sterven.

Ter overweging
Het is eigenlijk in alle eenvoud dat we vandaag de vraag in het Evangelie horen en naar ons toe laten komen. Het gaat namelijk over onze collega’s, het gaat over de Griekse Pelgrims. Zij zijn onderweg en ook wij zijn onderweg. We horen dan in alle eenvoud een vraag namelijk die ook door ons wel gesteld wordt of gesteld had kunnen worden: “We zouden Jezus willen ontmoeten?”
Ja natuurlijk hadden ze al wel van Hem gehoord. Er werd in die dagen zoveel over Hem gesproken, door gelovigen en niet-gelovigen, door volgers en door sensatiezoekers, door zelf ervaren en door napraters, op straat, in de kroeg, in de huiskamers en op de pleinen. En nu, wilde die Griekse Pelgrims Hem wel zelf ontmoeten. Al die verhalen over die man uit Nazareth. Hun nieuwsgierigheid is te groot geworden en daarom dat ze Filippus aanspreken.

Is die vraag zo vreemd? Ik denk van niet! Want ik denk dat we allemaal wel nieuwsgierig zouden zijn geworden. Of liever gezegd, op huisbezoek kom ik het nog wel eens tegen. “Ja pastor, die mensen vroeger hadden het toch maar gemakkelijk, zij hebben het allemaal echt meegemaakt en wij, wij moeten het maar geloven…Diep in ons hart geloven we wel in Jezus, maar tegelijkertijd blijft er altijd wat twijfel en ongeloof. Ook wij zouden Jezus wel willen ontmoeten om zeker te zijn dat alles wat over Hem verteld wordt wáár is.

De vraag is dus van alle tijden. Maar wat moet je nu denken van het antwoord van Jezus? Het lijkt wel of Hij de vraag van de Grieken probeert te ontwijken. Het wordt eerst een warrig en niet zo’n makkelijk verhaal. Over zijn uur dat gekomen is en over een graankorrel die eerst moet sterven om vruchten voort te brengen…

Maar jezus probeert iets meer te zeggen, iets dat dieper gaat. De échte ontmoeting met jezus en met zijn Vader zullen we op aarde immers nooit kunnen ervaren. Pas wanneer we in vrede gestorven zijn, zullen we Hen van aangezicht tot Aangezicht kunnen zien. Niet voor niets wordt dit evangelie kort voor Pasen gelezen. Pasen is immers het feest waarop we vieren dat het Leven (met een hoofdletter) sterker is dan de dood. Met Goede Vrijdag zullen we het sterven van de graankorrel gedenken, maar Pasen zal ons de zekerheid geven dat er uit die graankorrel Leven zal komen.

Binnenkort hopen we weer samen te komen in de viering van de Eucharistie. In het breken en delen van brood –als vrucht van gestorven graan- geeft Jezus zichzelf aan ieder van ons. En daarom mogen ook wij in dienstbaarheid verbonden zijn aan God en aan elkaar.

Voorbede
Genadige God,
in zijn sterfelijk leven heeft Jezus tot U gebeden en Gij hebt Hem verhoord.
Luister nu ook naar ons als wij tot U bidden:

  • om een levenshouding
    waarin niet de gehechtheid aan het eigen leven de boventoon voert,
    maar het gericht zijn op U als het fundament van ons bestaan;
    dat wij daarin mogen groeien en tot volle wasdom komen…
  • om kracht en volharding in het streven naar een zo groot mogelijke liefde en toewijding, om een gezindheid van het hart, die ons mild maakt en vol van mededogen; dat ons leven daardoor vernieuwd mag worden…
  • om een levend getuigenis van ons geloof in Jezus, uw eniggeboren Zoon, om steeds weer nieuwe inspiratie voor het uitdragen van ons geloof; dat wij zo uw liefde beantwoorden, die in uw Zoon gestalte kreeg…
  • een jaar geleden hoorden wij van de eerste Coronapatiënt in Nederland; wij willen bidden voor de slachtoffers van het Corona-virus in onze eigen omgeving, maar ook wereldwijd, ook voor hen die de gevolgen van deze ziekte nog steeds met zich meedragen, dat zij met liefde, zorg en deskundigheid worden begeleid…
  • .in de afgelopen tijd hebben we afscheid moeten nemen van medeparochianen in onze geloofsgemeenschappen; Laat ons voor hen mogen bidden:
Reinier van Ervan Dorens,
Connie Stalfoort-Rietveld,
Johanna Spoelder-van Beem,
Johanna Kok-Stolwijk,
Arnold Miltenburg,
André Sluijs,
Rie Laan-Vriend,
Theo Woertman,
Henny van Kuik
Riet Janssen-Verhart,
Wim Maijenburg,
Okki Jansen,
Simon Keyer,
Tiny van der Klis-Oostendorp,
Piet van der Heijden,
Hen Sturkenboom,
aria Streng-Schoonderwoerd,

dat zij opgenomen mogen zijn in Gods Heerlijkheid…

Bidden we tot besluit een Onze Vader en een Weesgegroet.

Onze Vader die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd; Uw rijk kome;
Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren,
en breng ons niet in beproeving,
maar verlos ons van het kwade.
Want van U is het koninkrijk, en de kracht,
en de heerlijkheid in eeuwigheid.
Amen.

Wees gegroet, Maria,
Vol van genade, de Heer is met u,
Gij zijt de gezegende onder de vrouwen,
En gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot.
Heilige Maria, moeder van God, bid voor ons, zondaars,
nu en in het uur van onze dood.
Amen.

God,
Gij zijt enkel liefde.
Verhoor genadig wat wij U vragen
en inspireer ons tot de navolging van Jezus,
uw enige Zoon en onze Heer.
Amen.

Vredeswens
Maak mij tot een instrument van uw vrede,
laat mij liefde brengen waar haat is,
eenheid waar mensen verdeeld zijn,
vergeving aan mensen die zwak zijn;
laat mij hoop geven aan wie wanhopen,
geloof aan wie twijfelen;
laat mij licht brengen waar het duister is
en vreugde waar mensen bedroefd zijn.
RECHT DOEN

Wij doen elkaar geen recht,
We leven langs elkaar heen.
Wanneer onderbreken wij onze weg,
Doorkruisen wij onze plannen
Om bij te staan wie geen helper heeft?
Wij laten het leven zo verlopen
Dat wij geen oponthoud hebben.
Wij gaan het verdriet uit de weg.

O God, maak ons barmhartig,
Geef ons oog voor wie
Zijn hoop op ons richt,
Een naaste in ons ziet.
Help ons zo te leven
Voortvarend en vindingrijk,
Dat wij mensen betrappen
Op hun nood, hun verlatenheid.

We besluiten met de zegen van de Allerhoogste
De Heer zegent en behoedt u,
Hij toont u zijn aanschijn en ontfermt zich over u,
Hij wendt zijn gelaat naar u toe en geeft u vrede.
Moge de zegen van God met ons zijn,
de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

Zo mogen we met elkaar “In dienstbaarheid verbonden” zijn, we blazen het Pelgrimskaarsje uit
en morgen is er weer een etappe in de Pelgrimstocht en klinkt als elke morgen: “Gaat u met mij mee…?”

v.g.
shaloom en mazzeltov,
pastor huub.