Tweede zondag in de Veertigdagentijd

Goedemorgen allemaal,

De Tweede Zondag in de Veertigdagentijd. Ja, ik kreeg de vraag per mail deze week of het echt wel klopte? En inderdaad de zondagen in de Veertigdagentijd zijn géén vasten dagen. Van Aswoensdag tot en met Paaszaterdag zijn 46 dagen, waarin 6 zondagen vallen. Deze mag je er van aftrekken en dan zijn de veertig dagen precies gevuld!!! Ik weet dus zeker dat er vandaag één parochiaan is die gisteren bij de bakker is langsgegaan om straks bij de koffie zichzelf op een heerlijk gebakje te trakteren. Ik zal u eerlijk vertellen dat ik daar zonder gebakje ook enorm van geniet!!! We mogen het leven vieren. En dat mogen we doen door ons te laten leiden door de Schriften en het voorbeeld dat Jezus ons ook vandaag in het evangelie meegeeft

Als u meedoet met de Pelgrimstocht nodig ik u uit om het Pelgrimskaarsje aan te steken, anders kunt u misschien een ander kaarsje aansteken.

Vrede en alle goeds aan u allemaal
in dienstbaarheid mogen we verbonden zijn met God en elkaar
in Zijn Naam Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.

Maken we een moment stil in onszelf
en overwegen we wie we als mens zijn
en dat we altijd voor het aangezicht van God mogen komen.
Met Zijn Liefde kijkt Hij ons aan
en schenkt ons in barmhartigheid vergeving.

Laat ons bidden:
Open je oren om Zijn Woord te horen,
open je hart om Zijn Liefde te ontvangen.

Lezing uit het boek Genesis 22, 1-2.9a.10-13.15-18

In die dagen gebeurde het dat God Abraham op de proef stelde. Hij zei tot hem: “Abraham.” En hij antwoordde: “Hier ben ik.” Hij zei: “Ga met Isaak, uw enige zoon, die gij liefhebt, naar het land van de Moria en draag hem daar op de berg die Ik u zal aanwijzen als brandoffer op.” Toen zij de plaats bereikt hadden die God hun had aangewezen bouwde Abraham daar een altaar, stapelde er het hout op, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, boven op het hout. Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes om daarmee zijn zoon de keel af te snijden, riep de engel van de Heer hem vanuit de hemel toe: “Abraham, Abraham!” En hij antwoordde: “Hier ben ik.” Hij zei: “Raak de jongen met geen vinger aan en doe hem niets! Ik weet nu dat gij God vreest want gij hebt Mij uw enige zoon niet willen onthouden.” Abraham keek om zich heen en bemerkte een ram, die met zijn horens in het struikgewas vastzat. Hij greep de ram en droeg die als brandoffer op, in plaats van zijn zoon. Toen riep de engel van de Heer voor de tweede maal uit de hemel tot Abraham en zei: “Bij Mijzelf heb Ik gezworen – spreekt de Heer – omdat gij dit gedaan hebt en Mij uw eigen zoon niet hebt onthouden, daarom zal Ik u overvloedig zegenen en uw nakomelingen talrijker maken dan de sterren aan de hemel en de zandkorrels op het strand van de zee. Uw nakomelingen zullen de poort van hun vijand bezitten. Door uw nakomelingen komt zegen over alle volken van de aarde omdat gij naar Mij hebt geluisterd.”

Psalm 116(115),10.15.16-17.18-19.

Ik bleef vertrouwen, al zei ik
Ik ben gebroken van smart;
Want kostbaar is in de ogen des Heren
het leven van wie Hem vereert.

O Heer, ik ben uw dienaar,
uw knecht, de zoon van uw dienstmaagd,
Gij hebt mijn boeien geslaakt.

Met offers zal ik U loven
de Naam van de Heer roep ik aan.

Ik zal mijn geloften volbrengen
waar heel zijn volk het ziet
Op het voorplein van uw tempel
In uw Jeruzalem!

Het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 9,2-10

In die tijd nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg waar zij geheel alleen waren. Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn kleed werd glanzend en zo wit als geen bleker ter wereld maken kan. Elia verscheen hun samen met Mozes en zij onderhielden zich met Jezus. Petrus nam het woord en zei tot Jezus: “Rabbi, het is goed dat we hier zijn. Laten we drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.” Hij wist niet goed wat hij zei, want ze waren allen geheel verbluft. Een wolk kwam hen overschaduwen en uit die wolk klonk een stem: “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.” Toen ze rondkeken, zagen ze plotseling niemand anders bij hen
dan alleen Jezus. Onder het afdalen van de berg verbood Jezus hun aan iemand te vertellen wat ze gezien hadden, voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan. Zij hielden het inderdaad voor zich, al vroegen zij zich onder elkaar af wat dat opstaan uit de doden mocht betekenen.

Ter overweging

Talloze malen in ons leven moeten we iets of iemand loslaten. Als het gaat om materiële zaken, is dat onplezierig, maar niet onoverkomelijk. Werkelijk belangrijk zijn de mensen die ons lief zijn, maar ook die moeten we vroeg of laat loslaten. Dat geldt ook voor de leerlingen van Jezus. In het evangelie van vandaag mogen zij, en wij, alvast een glimp opvangen van de stralende volheid van Jezus. Er ligt nog een moeilijke weg in het vooruitzicht: de weg van lijden en sterven. Tegelijk is er ook het perspectief dat gloort: de heerlijkheid van de verrijzenis. Helder licht breekt door in ons donkere bestaan: nieuw leven bij God, door de dood heen.
De verhalen van vandaag geven hoop, toekomst en perspectief. Maar zo heel menselijk ook de vraag. Waarom? Waarom laat God het in het leven zo gebeuren. Hij is toch Almachtig, waarom neemt Hij het lijden niet weg. Bij Abraham en Isaak, bij Jezus en zijn leerlingen en in het leven van ons vandaag?
Maar het lijden is in de wereld, want kwetsbaarheid is in de wereld. Alleen bij God heeft dat nooit het laatste woord. Zijn woord van Liefde telt, zijn woord van Barmhartigheid telt, zijn woord van bemoediging en troost telt, zijn woord van Verrijzenis en Leven heeft het laatste woord.
Lijden en dood zien we vaak om ons heen. Te vaak worden we geconfronteerd met de kruisweg van mensen, in welke gedaante die kruisweg zich ook voordoet. Op de levensweg van mensen zien we allemaal het kruis van die ander, maar ontmoeten we ook allemaal, vroeg of laat, het kruis van ons eigen lijden. In de kruizen van de anderen en in ons eigen kruis herkennen we het kruis van Jezus. En zoals Jezus niet alleen gelaten werd, zo worden ook wij niet alleen gelaten.
Natuurlijk heeft de God van het leven, de God van de Liefde, het lijden niet gewild. Natuurlijk heeft ook Jezus zelf dat lijden niet gewild. ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze beker toch aan Mij voorbijgaan’, bad Jezus nog in de Hof van Olijven. Hij was begaan met de moeder van de dode jongen in Naïm, Hij huilde bij de dood van zijn goede vriend Lazarus, Hij schreeuwde van pijn aan het kruis. Gods Zoon is dan ook geen mens geworden om het lijden te verheerlijken of zinvol te verklaren, maar om ook zelf dat kruis op zijn schouders te nemen. Die beker tot het einde toe leeg te drinken en zo de weg van lijden te vervullen. Om ons voor te gaan op die onvermijdelijke weg…de Pelgrimstocht van ons eigen leven…op weg naar Pasen.

Voorbede

Onbevattelijke God,
telkens weer laat U zich kennen als een God die mensen toekomst schenkt.
Wij bidden U:

. voor mensen die U willen ontmoeten,
die ernaar verlangen om een glimp van U te ontwaren;
dat U hun tegemoetkomt, onverwacht en verrassend,
dat ze uw glans herkennen in de gezichten van mensen…

. voor mensen die U gevonden hebben,
die vertrouwd zijn met uw aanwezigheid in hun bestaan;
dat ze de band met U koesteren en bewaren
dat hun geloof telkens gevoed wordt…

. voor mensen die spreken uit uw naam
en uw blijde boodschap verkondigen;
dat zij hun leven blijven funderen op uw Woord,
dat zij hun hart richten op het geluk van mensen…

. voor mensen die deze veertigdagentijd inhoud willen geven;
dat deze periode er een is van inkeer en bezinning,
die raakt aan de kern van hun bestaan
en hun ruimte geeft om vrijuit te leven…

.een jaar geleden hoorden wij van de eerste Coronapatiënt in Nederland;
wij willen bidden voor de slachtoffers van het Corona-virus in onze eigen omgeving, maar ook wereldwijd, ook voor hen die de gevolgen van deze ziekte nog steeds met zich meedragen, dat zij met liefde, zorg en deskundigheid worden begeleid…

.in de afgelopen tijd hebben we afscheid moeten nemen van medeparochianen in onze geloofsgemeenschappen; Laat ons voor hen mogen bidden:
Reinier van Ervan Dorens,           Riet Janssen-Verhart,
Connie Stalfoort-Rietveld,            Wim Maijenburg,
Johanna Spoelder-van Beem,     Okki Jansen,
Johanna Kok-Stolwijk,                 Simon Keyer,
Arnold Miltenburg,                       André Sluijs,
Piet van der Heijden;
Dat zij opgenomen mogen zijn in Gods Heerlijkheid…

Bidden we tot besluit een Onze Vader en een Weesgegroet.

Onze Vader die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd; Uw rijk kome;
Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren,
en breng ons niet in beproeving,
maar verlos ons van het kwade.
Want van U is het koninkrijk, en de kracht,
en de heerlijkheid in eeuwigheid.
Amen.

Wees gegroet, Maria,
Vol van genade, de Heer is met u,
Gij zijt de gezegende onder de vrouwen,
En gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot.
Heilige Maria, moeder van God, bid voor ons, zondaars,
nu en in het uur van onze dood.
Amen.

God, onnoembaar nabij,
in Jezus werd uw kracht zichtbaar voor onze ogen.
Mogen wij onze voeten richten op zijn weg,
die ons leidt naar een waarachtig leven bij U,
vandaag en al onze dagen.
Amen.

Vredeswens

Goed nieuws verkondigde Jezus in Galilea,
goed nieuws brengt Hij ons vandaag.
De vrede van God is nabij voor alle mensen
die Hem zoeken met heel hun hart.
Aan dit goede nieuws mogen wij geloof hechten.
Zo delen we de vrede van Christus met elkaar.

De hoge berg

De hoge berg op weg uit de drukte, het geraas, het geroep. Inkeren, verstillen, het eigen hart horen, ademhalen, langzaam, diep, in en uit aanwezig komen bij mezelf bij de altijd Aanwezige, licht zien, soms even, doorzinderd worden van het licht, en de stem horen ‘Deze is mijn geliefde Zoon’ en luisteren, lang warm worden van die stem ‘Het is goed dat we hier zijn ‘ en de ogen opslaan en niets anders zien dan de gewone dagelijkse realiteit, en toch!
Met open ogen naar Jezus durven kijken, met open oren luisteren naar zijn woord, naar die ongelofelijke boodschap, naar Gods droom over onze wereld over de mensen over mij. Het durven geloven, dat woord, er durven naar leven en ervaren: dit woord is waar en goed!

We besluiten met de zegen van de Allerhoogste
De Heer zegent en behoedt u,
Hij toont u zijn aanschijn en ontfermt zich over u,
Hij wendt zijn gelaat naar u toe en geeft u vrede.
Moge de zegen van God met ons zijn,
de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

Zo mogen we met elkaar “In dienstbaarheid verbonden” zijn, we blazen het Pelgrimskaarsje uit
en morgen is er weer een etappe in de Pelgrimstocht en klinkt als elke morgen: “Gaat u met mij mee…?”
v.g.
shaloom en mazzeltov,
pastor huub.