Paaswake parochie Pax Christi

Stille zaterdag, 11 april 2020
parochie Pax Christi

DIENST VAN HET LICHT

INLEIDING

 

V: Hoop en verwachting hebben ons hier samengebracht. Hoe donker het nu nog is, wij zien hoopvol uit naar een nieuw begin van leven. De verhalen die we dit uur zullen horen, spelen zich af tussen oorsprong en bestemming. Het zijn verhalen over het begin van alle leven en over het doel van ons bestaan. Vertrouwen we ons toe aan het licht dat al onze duisternis overwint, aan het leven dat sterker is dan de dood.

ZEGENING VAN DE PAASKAARS

V: Christus, gisteren en heden Begin en Einde Alfa en Omega Hem behoren tijd en eeuwigheid heerlijkheid en heerschappij door alle eeuwen der eeuwen.
A: Amen
V: Door zijn heilige glorievolle wonden beschermen en behoede ons Christus de Heer.
A: Amen
V: Het Licht van Christus’ glorievolle verrijzenis moge uit ons hart en onze geest de duisternis verdrijven. Deze paaskaars mag branden en licht verspreiden, licht als op de eerste scheppingsdag. En meer nog: een zichtbaar teken van Hem, Jezus Christus, onze Heer, die wij noemen: licht voor de wereld, eerstgeborene van de doden, de Levende in ons midden.
A: Amen
V: Licht van Christus
A: Heer wij danken U . (3x)

Paasjubelzang

V: Laat juichen heel het hemelkoor van eng’len. Laat juichen om die grote Koning, juichen om de overwinning! Laat de trompetten klinken in het rond!
A: Laat juichen heel het hemelkoor van eng’len. Laat juichen om die grote Koning, juichen om de overwinning! Laat de trompetten klinken in het rond!
V:

Vol vreugde zij ook de aarde omstraald door zulk een heerlijkheid! De glorie van de eeuwige Koning! Heel de aarde zij vol vreugde, daar alle duister thans verdreven is.

Vol luister straalt de kerk van God op aarde. En juichend klinken paasgezangen. Laat ook onze eigen tempel luide weerklinken van ons jubellied.

A: Laat juichen heel het hemelkoor van eng’len. Laat juichen om die grote Koning, juichen om de overwinning! Laat de trompetten klinken in het rond!

(KAARSEN DOVEN)

DIENST VAN HET WOORD

Gebed
Barmhartige God, Gij die bij nacht en ontij het licht zijt en door de diepte van de dood heen een nieuw begin van leven schept, wees hier aanwezig en spreek tot ons hart. Kom tot ons in uw Woord door Jezus Christus, uw Zoon Hij die uit de dood is opgestaan en leeft bij U tot in eeuwigheid.

A: Amen

DE EERSTE LEZING IS GENOMEN UIT HET BOEK GENESIS (1,1-2,2)

In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte en een hevige wind joeg de wateren op. Toen sprak God: “Er moet licht zijn!” En er was licht. En God zag dat het licht goed was. God scheidde het licht van de duisternis; het licht noemde God dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Het werd avond en het werd ochtend; dat was de eerste dag.

God sprak: “Er moet een uitspansel zijn tussen de wateren, een afscheiding tussen het ene water en het andere.” En God maakte het uitspansel; Hij scheidde het water onder het uitspansel van het water erboven. Zo gebeurde het. Het uitspansel noemde God hemel. Het werd avond en het werd ochtend; dat was de tweede dag.

God sprak: “Het water onder de hemel moet naar één plaats samenvloeien, zodat het droge zichtbaar wordt.” Zo gebeurde het.

Het droge noemde God land, en het samengevloeide water noemde Hij zee. En God zag dat het goed was. God sprak: “Het land moet zich tooien met jong groen gras, zaadvormend gewas en vruchtbomen die ieder naar zijn soort hun vruchten dragen met zaad erin.”

En uit het land schoot jong groen gras op, zaadvormend gewas, in allerlei soorten, en bomen die ieder naar zijn soort hun vruchten droegen, met zaad erin. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd ochtend; dat was de derde dag.

God sprak: “Er moeten lichten zijn aan het hemelgewelf, die de dag van de nacht zullen scheiden; zij moeten als tekens dienen, zowel voor de feesten, als voor de dagen en de jaren en tevens als lampen aan het hemelgewelf om de aarde te verlichten.” Zo gebeurde het. God maakte de twee grote lampen, de grootste om over de dag te heersen, de kleinste om te heersen over de nacht en Hij maakte ook de sterren. God gaf ze een plaats aan het hemelgewelf om de aarde te verlichten, om te heersen over de dag en over de nacht en om het licht en de duisternis uiteen te houden. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd ochtend; dat was de vierde dag.

God sprak: “Het water moet wemelen van dieren en boven het land moeten de vogels vliegen langs het hemelgewelf.” Toen schiep God de grote gedrochten van de zee en al de krioelende dieren waar het water van wemelt, soort na soort, en al de gevleugelde dieren, soort na soort. En God zag dat het goed was. God zegende ze en Hij sprak: “Weest vruchtbaar en wordt talrijk; gij moet het water van de zee bevolken en de vogels moeten talrijk worden op het land.” Het werd avond en het werd ochtend; dat was de vijfde dag.

God sprak: “Het land moet levende wezens voortbrengen van allerlei soort: tamme dieren, kruipende dieren en wilde beesten van allerlei soort.” Zo gebeurde het. God maakte de wilde beesten, soort na soort, de tamme dieren, soort na soort. En God zag dat het goed was. God sprak: “Nu gaan wij de mens maken, als beeld van ons, op ons gelijkend; hij zal heersen over de vissen van de zee, de vogels van de lucht, over de tamme dieren, over alle wilde beesten en over al het gedierte dat over de grond kruipt.”

En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. God zegende hen en God sprak tot hen: “Weest vruchtbaar en wordt talrijk, bevolkt de aarde en onderwerpt haar; heerst over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht en over al het gedierte dat over de grond kruipt.” En God sprak: “Hierbij geef Ik alle zaadvormende gewassen op de hele aardbodem aan u en alle bomen met zaaddragende vruchten: zij zullen u tot voedsel dienen. Maar aan alle wilde beesten, aan alle vogels van de lucht en aan alles wat over de grond kruipt, aan al wat dierlijk leven heeft geef Ik het groene gras als voedsel.” Zo gebeurde het. God bezag alles wat Hij gemaakt had en Hij zag dat het heel goed was. Het werd avond en het werd ochtend; dat was de zesde dag.

Zo werden de hemel en de aarde voltooid en alles waarmee ze toegerust zijn. Op de zevende dag bracht God het werk dat Hij verricht had tot voltooiing. Hij rustte op de zevende dag van het werk dat Hij verricht had.

Zo spreekt de Heer Allen: Wij danken God

Lied     Bron van het zijnde

Refrein:
Bron van het zijnde,
groot zijt Gij:
eeuwig oneindig,
en zo nabij.

In het begin was er duister,
over de wateren waakte uw Geest;
toen klonk uw stem: ‘Er zij licht!’
nooit is de nacht meer blijvend geweest.

Gij hebt de hemel geschapen:
veilige koepel boven ons hoofd,
opdat wij vrij mogen leven
hier in het land dat Gij hebt beloofd.

Water verzameld tot zeeën;
aarde, niet langer bedreigd door de vloed,
kon nu haar vruchten gaan geven:
bomen en bloemen, zie het was goed.

Zon om de dagen te voeden,
maan om te hoeden over de nacht,
sterren om ons te doen weten
wanneer de lente mag worden verwacht.

Zee, waar het wemelt van leven:
grote gedrochten en klein gekrioel;
hemel vol vogels, gezegend:
heel hun uitbundig bestaan is uw doel.

Dieren, zij mogen hier wonen;
zij zijn uw werk, met als kroon: de mens,
manlijk en vrouwlijk als Gij,
liefde uw waagstuk, uw diepste wens.

Zo hebt Gij alles geschapen;
het was zeer goed, toen Gij het bezag.
En omdat voortaan te vieren
zegende Gij de zevende dag.

Gebed
Heer onze God, Schepper van hemel en aarde, kijken we naar de vogels in de lucht, naar de vissen in de zee, naar de dieren op het veld, naar de bomen en planten, naar al wat U geschapen hebt en nog dagelijks schept in zovele vormen en kleuren; dan worden we stil van bewondering, dan worden wij bezorgd, wetend dat U ons dit alles in handen hebt gegeven. Daarom bidden wij U: Maak ons tot mensen die zorgzaam willen omgaan met Uw schepping; die verantwoordelijk willen zijn voor alles wat leeft en groeit, nu en alle dagen tot in Uw eeuwigheid.

Allen: Amen

DE TWEEDE LEZING IS GENOMEN UIT HET BOEK EXODUS (14,15-15,1)

In die dagen sprak de Heer tot Mozes: “Wat roept gij Mij toch? Beveel de Israëlieten verder te trekken. Gij zelf moet uw hand opheffen, uw staf uitstrekken over de zee en ze in tweeën splijten. Dan kunnen de Israëlieten over de droge bodem door de zee trekken. Ik ga de Egyptenaren halsstarrig maken zodat zij hen achterna gaan. En dan zal Ik Mij verheerlijken ten koste van Farao en heel zijn legermacht, zijn wagens en zijn wagenmenners. De Egyptenaren zullen weten dat Ik de Heer ben, als Ik Mij verheerlijk ten koste van Farao, zijn wagens en zijn wagenmenners.” De engel van God die aan de spits van het leger der Israëlieten ging, veranderde van plaats en stelde zich achter hen op, tussen het leger van de Egyptenaren en het leger van de Israëlieten. De wolk bleef die nacht donker zodat het heel die nacht niet tot een treffen kwam. Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee en de Heer deed die hele nacht door een sterke oostenwind de zee terugwijken. Hij maakte van de zee droog land en de wateren spleten vaneen. Zo trokken de Israëlieten over de droge bodem de zee door, terwijl de wateren links en rechts een wand vormden.

De Egyptenaren zetten de achtervolging in; alle paarden van Farao, zijn wagens en zijn wagenmenners gingen achter de Israëlieten aan de zee in. Tegen de morgenwake richtte de Heer zijn blikken vanuit de wolkkolom en de vuurzuil op de legermacht van de Egyptenaren en bracht ze in verwarring. Hij liet de wielen van de wagens scheeflopen zodat ze slechts met moeite vooruit kwamen. De Egyptenaren riepen uit: “Laten we vluchten voor de Israëlieten, want de Heer strijdt voor hen tegen ons.” Toen sprak de Heer tot Mozes: “Strek uw hand uit over de zee, dan zal het water terugstromen over de Egyptenaren en hun wagens en wagenmenners.”

Mozes strekte zijn hand uit over de zee en toen het licht begon te worden vloeide de zee naar haar gewone plaats terug. Daar de Egyptenaren er tegenin vluchtten dreef de Heer hen midden in de zee. Het water vloeide terug en overspoelde wagens en wagenmenners, heel de strijdmacht van Farao die de Israëlieten op de bodem van de zee achterna waren gegaan. Niet één bleef gespaard. De Israëlieten daarentegen waren over de droge bodem door de zee heen getrokken, terwijl de wateren links en rechts van hen een wand vormden. Zo redde de Heer op deze dag Israël uit de greep van Egypte: Israël zag de Egyptenaren dood op de kust liggen. Toen Israël het machtige optreden van de Heer tegen Egypte gezien had, kreeg het volk ontzag voor de Heer: zij stelden vertrouwen in de Heer en in Mozes zijn dienaar. Toen hieven Mozes en de Israëlieten ter ere van de Heer een lied aan.

Zo spreekt de Heer Allen: Wij danken God

Lied     De koning van Egypteland

De koning van Egypteland
trok al zijn legers saam.
Ons lot was echter in Gods hand.
Geprezen zij zijn Naam!

Refrein:
Zing de Heer, want Hij is hoog verheven
het paard en zijn ruiter stortte Hij in zee.
Zing de Heer, want Hij is hoog verheven
het paard en zijn ruiter stortte Hij in zee.

Hun ruiters zaten hoog te paard,
hun wagens reden snel.
Maar hoger nog verheven is
die streed voor Israël.
Refrein

De aarde dreunde van geweld,
de lucht zag zwart van stof.
Maar met ons was de sterkste held.
Zing, Israël, zijn lof.
Refrein

Zijn adem baande ons een pad,
de wind werd bondgenoot.
De vijand echter vond zijn graf
in ’t water van de dood.
Refrein

Voor altijd worden man en paard
verzwegen in de vloed.
Maar rondom is de naam vermaard
van Hem die wonderen doet.
Refrein

Loof nu de Heer met snarenspel
en hef de tamboerijn,
want Hij verloste Israël.
Geprezen moet Hij zijn.
Refrein

Gebed
Heer onze God, Gij hebt Uw volk bevrijd uit de slavernij
en onderdrukking en geleid naar het land van belofte.
Wij bidden U: bevrijd ons van wat ons gevangen houdt
en laat Uw Geest ons bezielen
op onze weg naar Uw toekomst.

Allen: Amen

PAASEVANGELIE (Mattheüs 28,1-10)

Na de sabbat, bij het aanbreken van de eerste dag der week, kwamen Maria Magdalena en de andere Maria naar het graf kijken. Plotseling ontstond er een hevige aardbeving en een engel van de Heer daalde uit de hemel, kwam naderbij, rolde de steen weg en zette zich daarop neer.

Hij straalde als een bliksemschicht en zijn kleed was wit als sneeuw. De bewakers begonnen van schrik voor hem te beven en het leven scheen uit hen geweken.

De engel sprak de vrouwen aan en zei: “Gij behoeft niet bevreesd te zijn; ik weet dat gij Jezus zoekt, de gekruisigde. Hij is niet hier. Hij is verrezen zoals Hij gezegd heeft; komt zien naar de plaats waar Hij gelegen heeft. Gaat nu terstond aan zijn leerlingen zeggen: Hij is verrezen van de doden, en nu gaat Hij u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien. Dat had ik u te zeggen.”

Terstond gingen zij weg van het graf, met vrees en grote vreugde, en haastten zich het nieuws aan zijn leerlingen over te brengen.

En zie, Jezus kwam hen tegemoet en zeide: “Weest gegroet.” Zij traden op Hem toe, omklemde zijn voeten en aanbaden Hem.

Toen sprak Jezus tot hen: “Weest niet bevreesd. Gaat aan mijn broeders de boodschap brengen dat zij naar Galilea moeten gaan, en daar zullen zij Mij zien.

Zo spreekt de Heer                Allen: Wij danken God

Lied    Victimae Paschali

Victimae paschali laudes immolent Christiani.
Agnus redemit oves: Christus innocens Patri reconciliavit peccatores.
Mors et vita duello conflixere mirando: dux vitae mortuus regnat vivus.
Dic nobis, Maria, quid vidisti in via?
Sepulcrum Christi viventis: et gloriam vidi resurgentis.
Angelicos testes, sudarium et vestes.
Surrexit Christus spes mea: praecedet suos in Galilaeam.
Scimus Christum surrexisse a mortuis vere: tu nobis, victor Rex, miserere.
Amen. Alleluja.

Laten de christenen aan het Paaslam huldezangen wijden.
Het Lam heeft nu de schapen vrijgekocht; en Christus, die zonder zonden was, heeft de zondaars met de Vader weer verzoend.
Dood en leven streden een wondere strijd; de vorst des levens, die gestorven was, heerst nu in onvergankelijkheid.
Zeg ons, Maria, wat hebt gij op uw weg gezien?
Ik zag het graf van de levende Christus
en de heerlijkheid van de Verrezene;
zijn engelen zag ik als getuigen en ook de zweetdoek en het grafkleed.
Christus, mijn hoop, is verrezen! Hij zal de zijnen voorgaan naar Galilea.
Nu weten wij, dat Christus uit de doden is verrezen. Gij, overwinnaar Koning, ontferm u over ons.
Amen. Alleluja.

(KAARSEN ONTSTOKEN)

HERNIEUWING DOOPBELOFTEN

V: Wij allen die eens gedoopt werden en naar Christus genoemd zijn, wij zijn gekomen om ons leven te vernieuwen in het licht van de opgestane Heer. Laten wij dan als uit één mond stem geven aan wat ons ten diepste beweegt en ons eens gegeven woord vernieuwen.
 A: Wij spreken hier uit dat wij het leven aanvaarden als een gaven van God. Hij heeft ons geroepen om de aarde te eren en het leven te respecteren.
V: God,
Uw schepping willen wij behoeden en bewaren en zo doorgeven aan onze kinderen.
 A: Wij spreken hier uit dat wij willen leven in liefde en rechtvaardigheid. In navolging van Jezus Christus zullen wij de minste der mensen dienen en het opnemen voor de zwaksten.
V: God,
Wij willen werken aan vrede en verdraagzaamheid in onze wereld, de vreemdeling in ons midden zullen wij met liefde bejegenen en Uw schepping met alle mensen delen.
A: Wij spreken hier uit, dat ons een nieuwe aarde voor ogen staat waar kinderen veilig zijn en zorgeloos kunnen opgroeien, waar volwassenen levensvulling en geborgenheid vinden en ouderen mogen genieten van de tijd hun gegeven.
V: God,
Wij willen elkaar vasthouden in verbondenheid met alle christenen en in trouw aan Uw kerk op aarde.

GELOOFSBELIJDENIS

Ik geloof in God de almachtige Vader
Schepper van hemel en aarde.
En in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer,
die ontvangen is van de heilige Geest,
geboren uit de maagd Maria,
die geleden heeft onder Pontius Pilatus,
is gekruisigd, gestorven en begraven,
die nedergedaald is ter helle,
de derde dag verrezen uit de doden,
die opgestegen is ten hemel,
zit aan de rechterhand van God de almachtige Vader,
vandaar zal Hij komen oordelen
de levenden en de doden.
Ik geloof in de heilige Geest;
de heilige katholieke kerk,
de gemeenschap van de heiligen;
de vergeving van de zonden;
de verrijzenis van het lichaam;
en het eeuwig leven.

Amen.

(KAARSEN DOVEN)

VOORBEDE

God van alle machten, God van hemel en aarde, in deze nacht vol toekomst en hoop bidden we tot U die ons een nieuw begin van leven schept:

  • voor alle mensen die onderweg zijn naar morgen en naar nieuwe levenskansen; dat zij mensen mogen ontmoeten die tegen alle doodsheid in leven weten te wekken, liefde willen geven, toekomst durven bieden…
  • voor alle mensen voor wie het ook dit jaar geen Pasen wordt: mensen op de vlucht voor oorlog, geweld en misbruik; dat zij een veilig onderkomen vinden en gastvrijheid mogen ontmoeten …
  • voor alle mensen die openstaan voor het geheim van God; dat zij zich gedragen weten en elke dag opnieuw mogen ervaren dat echte liefde en dienstbaarheid tot het uiterste gaat…
  • voor alle christenen, waar ook ter wereld, op dit nachtelijk uur bijeen; dat zij met Pasen van harte geloven in een nieuw begin van leven en in hun doen en laten gestalte geven aan de navolging van uw verrezen Zoon…
  • Intenties van de gehele parochie.

In het bijzonder voor hen die zorgen hebben rond het coronavirus.

Barmhartige God, sla acht op ons gebed en laat ons leven in het vertrouwen dat Gij met ons meegaat. Zo bidden wij U voor vandaag en alle dagen die Gij ons geeft. God van alle machten, God van hemel en aarde,

A: Amen

DIENST VAN DE TAFEL

KLAARMAKEN VAN DE TAFEL

Orgelspel

V: Bid zusters en broeders, dat ons offer aanvaard kan worden
door God, de Almachtige Vader.
A: Moge de Heer het offer uit uw handen aannemen, tot lof en
eer van zijn naam, tot welzijn van ons en heel zijn heilige kerk.

GEBED OVER DE GAVEN

Barmhartige God,
wij danken U voor het brood en de wijn
de tekenen waarin uw Zoon Jezus Christus
als de Levende onder ons aanwezig wil zijn.
Laten deze gaven ons sterken in de vaste overtuiging
dat een nieuw begin van leven altijd mogelijk is.
Door Jezus Christus, onze verrezen Heer.

A: Amen

EUCHARISTISCH GEBED

De Heer zal bij u zijn
A: De Heer zal u bewaren
Verheft uw hart
A: Wij zijn met ons hart bij de Heer
Brengen wij dank aan de Heer, onze God
A: Hij is onze dankbaarheid waardig

U danken wij, Heer God, omwille van uw heerlijkheid,
en om heil en genezing te vinden
zullen wij uw Naam verkondigen,
al onze dagen, maar vooral in deze nacht bezingen wij U.
Want ons paaslam, Christus, is voor ons geslacht.
Hij, die voor ons geworden is
het Lam dat wegdraagt de zonden der wereld.
Onze dood is Hij gestorven,
voorgoed heeft Hij de dood ontwapend en gedood;
Hij is opgestaan ten leven en alles heeft Hij nieuw gemaakt.
Vreugde om het paasfeest vervult ons, mensen
die op aarde wonen,
vreugde vervult de engelen in de hemel,
de machten en krachten die U loven,
die U dit lied toejuichen zonder einde:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
|de God der hemelse machten!
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in den hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in den hoge.

Hemelse Vader, met eerbied noemen wij uw naam. Altijd zijt Gij met ons op weg, en dichter dan wij durven dromen, zijt Gij bij ons wanneer uw Zoon ons samenbrengt rond deze tafel, waar wij uw liefde vieren met brood en beker. Zoals eens op de weg naar Emmaus ontsluit Hij nu voor ons de Schrift en wij herkennen Hem bij het breken van het brood.

Daarom bidden wij, almachtige God:
beadem met uw Geest dit brood en deze wijn
zodat Jezus Christus in ons midden komt
met de gaven van zijn lichaam en zijn bloed.

Want op de avond voor zijn lijden nam hij onder de maaltijd brood en sprak tot U het dankgebed. Hij brak het brood en gaf het aan zijn leerlingen terwijl hij zei:

“Neemt en eet hiervan, gij allen,
want dit is mijn lichaam
dat voor u gegeven wordt.”

Zo nam hij ook de beker met wijn en sprak opnieuw het dank­ge­bed. Hij gaf hem aan zijn leerlingen en sprak:

“Neemt deze beker en drinkt hier allen uit,
want dit is de beker
van het nieuwe altijddurende verbond;
dit is mijn bloed
dat voor u en alle mensen wordt vergoten
tot vergeving van de zonden.
Blijft dit doen om mij te gedenken.”

Verkondigen wij het mysterie van het geloof.

A:        Als wij dan eten van dit brood, en drinken uit deze beker, verkon­digen wij de dood des Heren totdat hij komt.

Oneindig goede Vader, wij vieren de gedachtenis van onze verzoening en wij verkondigen de liefde die Gij ons betoont. Uw Zoon is door het lijden en de dood gegaan, en tot nieuw leven opgewekt, is hij ingetreden in uw heerlijk­heid. Zie met genegenheid neer op dit offer en erken erin uw eigen Zoon die zijn leven heeft gegeven en zijn bloed vergoten opdat voor alle zoekers de weg naar U, Vader, geopend en begaanbaar zij.

Barmhartige Vader, schenk ons de geest van liefde die in Jezus was, zodat de kerk, bemoedigd en gesterkt, opbloeit tot nieuw leven.

Bevestig de band van eenheid tussen allen die tot gemeenschap geroepen en begenadigd zijn, rondom paus Franciscus en onze bisschop Johannes. Maak uw kerk te midden van een verdeelde wereld tot een instrument dat geloofwaardig en volhardend de eenheid en de vrede dient.

Erbarm U, Vader, over onze broeders en zusters die in de vrede van Christus naar U zijn teruggekeerd, en over alle gestorvenen waarvan Gij alleen het geloof hebt gekend. Breng hen tot het licht van de verrijzenis. En als ook onze weg ten einde loopt, neem ons dan op in uw huis, waar plaats is voor velen. Schenk ons de vervulling van onze levenslange hoop: overvloedig leven in uw heerlijkheid.

Laat ons toe in de gemeenschap van uw heiligen; dat wij met Maria, de maagd en moeder Gods, met de H. Jozef haar bruidegom, met uw apostelen en martela­ren, met de H. Bonaventura en al de anderen die U genegen zijn, dankbaar uw naam aanbidden en U prijzen door Jezus Christus, onze Heer.

Door Hem, en met Hem, en in Hem zal uw naam geprezen zijn, Heer, onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de heilige Geest, hier en nu, en tot in eeuwigheid.

Amen.

COMMUNIERITUS

GEBED DES HEREN

Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw naam worde geheiligd,
Uw rijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren,
en breng ons niet in beproeving,
maar verlos ons van het kwade.
Want van U is het koninkrijk en de kracht
en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen.

VREDESWENS

In deze nacht mogen we ons thuis weten bij de Heer van alle  leven. Hij is onze God, Hij draagt ons door het water heen naar  de overkant en door het donker heen naar het licht. Mogen we  elkaar de vrede van Christus toewensen.
De Heer is verrezen,  ja, Hij is waarlijk verrezen!
Zalig Pasen!
Laten we elkaar deze vrede zien:
we leggen ons rechterhand op ons hart, kijken elkaar diep in de ogen en met een glimlach om onze mond wensen we elkaar de vrede van Christus toe.

LAM GODS

Lam Gods, dat wegneem de zonden der wereld,
ontferm U over ons. (2x)
Lam Gods, dat wegneem de zonden der wereld,
geef ons de vrede.

UITNODIGING TOT DE COMMUNIE

V: Zalig zij die genodigd zijn aan de maaltijd des Heren. Zie hier het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld.
A: Heer, ik ben niet waardig, dat Gij tot mij komt, maar spréék en ik zal gezond worden.

Lied   De Heer is waarlijk opgestaan

SLOTGEBED

EEN WENS VOOR ONDERWEG

Ik wens je… Sterke schouders om de zorgen van vandaag en morgen te dragen en om de pijn te ondersteunen die je voelt.

Alerte oren om de roepstem van je hart te horen
en om de noden van je buren te herkennen.

Onvermoeibare voeten om je eigen levensweg te stappen
en om de mens die je verwacht te bezoeken.

Stralende ogen om het mooie in de schepping te zien
en om de Heer in de mens naast je te ontmoeten.

Open handen om wat mensen je in vertrouwen bieden te ontvangen en om je eigen overvloed te delen.

Een glimlach om je grote en kleine zorgen te relativeren
en om wie stil langs de weg blijft zitten aan te moedigen.

Een kloppend hard om biddend te danken
in de geborgenheid van de Heer;
een hart, ruim genoeg voor wie er even wil schuilen.

ZEGEN EN WEGZENDING:

Aan de bronnen van ons leven hebben wij ons kunnen laven;
aan de tafel van gelijkheid hebben wij brood gebroken;
gesterkt om op pad te gaan, vrij, nieuw leven tegemoet.

Pasen: feest van verlangen naar een liefde die de dood overwint. Moge dit feest in ons opbloeien zoals de lente om ons heen, en mogen wij verder toegroeien naar belofte en
toekomst.

Daartoe zegene God ons, Vader, Zoon en Goede Geest.

A:        Amen

Lied   U zij de glorie

U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!
Alle mens’lijk lijden hebt Gij ondergaan
om ons te bevrijden tot een nieuw bestaan:
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!

Licht moge stralen in de duisternis,
nieuwe vrede dalen waar geen hoop meer is.
Geef ons dan te leven in het nieuwe licht,
wil het woord ons geven dat hier vrede sticht:
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!