Overweging op maandag in de Goede Week

Vandaag neem ik u eerst mee naar het Evangelie van de dag. Een passage uit het Evangelie van Johannes (12, 1-11)

  Zes dagen voor Pasen kwam Jezus te Betanië, waar Lazarus woonde, die Hij uit de doden had opgewekt. Men gaf daar ter ere van Hem een maaltijd. Maria bediende en Lazarus was een van degenen die met Hem aanlagen.
Maria nu nam een pond nardusbalsem, echte en heel kostbare, zalfde daarmee Jezus’ voeten en droogde ze met haar haren af. Het huis hing vol balsemgeur.
Daarop zei Judas Iskariot, een van zijn leerlingen, dezelfde die Hem zou uitleveren: ‘Waarom is die balsem niet voor driehonderd denaries verkocht en het geld aan de armen gegeven?’
Hij zei dat, niet omdat hij bezorgd was voor armen, maar omdat hij een dief was en uit de beurs die hij bewaarde, wegnam wat erin kwam.
Jezus echter zei: ‘Laat haar begaan. Zij heeft dit gebruik onderhouden, vooruitlopend op de dag van mijn begrafenis. Want de armen houdt gij altijd bij u. Mij echter niet altijd.’
Intussen waren heel veel Joden te weten gekomen dat Jezus daar was, en kwamen erheen niet alleen omwille van Jezus, maar ook om Lazarus te zien die Hij uit de doden had opgewekt. De hogepriesters besloten toen ook Lazarus uit de weg te ruimen, omdat om hem veel Joden wegliepen en in Jezus geloofden.

Een verhaal dat in deze tijd heel wat verschillende reacties en overdenkingen kan oproepen. Wat is het kostbaar wat deze Maria aan Jezus toont. Nee, ik bedoel niet de dure balsem, maar het gebaar dat ze stelt. Ze raakt Jezus aan. Ze schenkt hem haar liefde en genegenheid. In een eenvoudig gebaar wordt zoveel warmte en geborgenheid getoond.
Ik moet denken aan zoveel mensen in verzorgingshuizen en verpleeghuizen. Ze worden vol liefde en genegenheid verzorgd door ongelofelijk warme en dierbare verzorgenden, verpleegkundigen, artsen en allen die in de zorg werkzaam zijn. Maar tegelijk zouden ze zo graag een knuffel van hun partner, van hun kinderen of kleinkinderen willen ontvangen. Zomaar een streling, een omhelzing of een kus in warme genegenheid of lichamelijke nabijheid moet achterwege blijven. En dat is voor de gezondheid van onze ouderen, maar ook voor al die werkers in de zorg.
De eerste dag in de Goede Week laat het evangelie ons getuigen zijn van een kostbaar liefdesgebaar. Het zal nog wel even duren voor dat dit gebaar weer gewoon kan zijn in onze wereld. Maar daarom zoveel te belangrijker dat we op gepaste afstand van anderhalve meter vanuit de liefde van ons hart elkaar in verbondenheid tegemoet treden.

Goede God,
In deze bijzondere tijd willen wij u bidden.
Vooral voor alle mensen die werkzaam zijn in de zorg.
In ziekenhuizen, verpleeghuizen en verzorgingshuizen,
in hospice, wijkverpleegkundigen en in de thuiszorg.
Dat niet alleen nu het werk wordt gewaardeerd,
maar ook in de toekomst.
We willen bidden voor alle ouderen in onze samenleving,
dat zij blijven ervaren een kostbare plaats in te nemen in ons midden.
Dat we leren omzien naar elkaar en waarderen wat wordt gedaan.
Wij bidden in Jezus Naam. Amen.